So far, so Jordan
Door: Joost
Blijf op de hoogte en volg Joost
24 Oktober 2018 | Jordanië, Petra
Ook Omar Sharif was nooit ver weg.
Maar er is hier natuurlijk nog veel meer: om te beginnen zijn er de Jordaniërs. En die zijn minstens zo boeiend.
De taalbarriere is immens, want meer dan arabisch wordt hier nauwelijks gesproken. De eerste indruk is: norsig, ingetogen, kortaf. Maar als je door die donkere arabische blik heenkijkt en -glimlacht zijn ze vriendelijk, behulpzaam en oprecht geïnteresseerd.
Als ze iets te verkopen hebben (en dat gaat de hele dag door, vooral zichzelf als gids) zijn ze behoorlijk vasthoudend, maar blijven nog nèt binnen de grens waar irritatie begint. En als je ‘nee’ ook ’nee’ blijft nemen ze dat verlies sans rancune.
Ze ontdooien makkelijk en snel, ontspannen daarbij hun gelaatsspieren en toveren dan een brede en open lach op hun scherpe gezicht.
Die lach hebben ook wij regelmatig, want hun toeristische aanpak is nog niet echt op orde. We grinniken om de dagelijkse bewijzen daarvan: zo zijn plaatselijke richtingbordjes vaak alleen in het arabisch; we verdwaalden in het echt niet ingewikkelde centrumplattegrondje van de lokale VVV die helaas dramatisch afweek van nota bene hun eigen beschreven stadswandeling en van het moderne Google Maps.
Hun hotels zijn van redelijk goed tot Fawlty Towers. Losschietende douchekoppen met de jordaanse versie van de Watersnoodramp tot gevolg. WC’s die niet doorspoelen, weigerende kluisjes, onbegrijpelijke airco-bedieningspanelen en openlijk ruziënd receptiepersoneel met touroperators.
Ticketverkopers die niet kunnen lezen, en dus een supervisor naast zich hebben zitten, die niet meer doet dan aanwijzen hóe je een ticket uit een boekje scheurt en waar je moet stempelen. Dit alles voor een opbrengst van drie dinar, een kleine vier dinar. Want duur is het hier niet,
Ook meegemaakt: we kregen op een dorps terrasje onze wijn in koffiemokken opgediend, want alcohol op een terras kan hier ver van de grote steden eigenlijk niet. Sowieso is alcohol hier op veel plekken een ‘punt’. In het prachtige tentenkamp van Wadi Rum geldt al ‘bring your own’, maar de baas van de keuken wilde onze meegenomen fles stevig opgewarmde witte wijn niet in de kampkoelkast zetten: ‘I do not want to even touch alcohol’, dus dat moesten we maar zelf doen.
Wat hier ook opvalt: de viezigheid buiten. Naast plekken van serene schoonheid liggen vuilnisbelten; in prikkeldraadhekjes wapperen honderden plastic zakjes, hun nog vrije soortgenoten dartelen overal in de openare ruimte rond. Na acht maanden zonder een druppel regen is het hier natuurlijk gortdroog en superstoffig. In de buurt van de woestijn (en dat is hier bijna overal...) moet je niet te veel met aaa- en ooo-klanken praten, want dan heb je meteen méér zandstof tussen je tanden knerpen dan na het eten van een bord ongewassen spinazie uit grootmoeders tijd.
Morgen bezoeken we Petra, wie kent het niet van de Raiders of the Lost Ark. Hoeden, petten, water en zonnebrand mee, want de zon schijnt hier meedogenloos en er is in dit onherbergzame gebied geen boom te bekennen, laat staan schaduw.....
-
25 Oktober 2018 - 06:57
Barbara:
Heeft Corine geen krat bier geregeld :)? -
25 Oktober 2018 - 18:35
Buuf:
Hi J&A,
Zijn jullie oké? We hopen dat jullie veilig zijn, een berichtje of reisverslag is fijn!
Grtz, de buren
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley